RTTI: omdat een cijfer alleen niets zegt

“De ene zes is de andere niet”, zegt Marion Schoonen. “Dat klinkt misschien gek voor een wiskundedocent maar het is wel zo.” “Wat je wilt weten is in welke mate de leerling de stof beheerst”, vult Lichamelijke Opvoedingsdocente Sandra Frusch aan. “Op welk van de vier niveaus van leren zoals RTTI die onderscheidt.”


RTTI is een vorm van nóg nauwkeuriger kijken naar hoe goed een leerling de lesstof beheerst. Het Beatrix College gaat het de komende jaren inzetten in het aanbieden en toetsen van lesstof. Twee voorlopers daarin zijn teamleiders Sandra Frusch (1A+ en 2H/A) en Marion Schoonen (3H/A). Zij zijn twee van de ruim tachtig medewerkers van het Beatrix College die zich momenteel bekwamen in theorie en praktijk van RTTI.

 

Voorbeeld
RTTI staat voor Reproduceren (‘je actief herinneren’), Toepassen-1 (‘in een bekende situatie’), Toepassen-2 (‘in een nieuwe situatie’) en Inzicht (‘combineren en voortborduren’). Bijvoorbeeld: de ‘R’ bestaat uit ‘de tafels van vermenigvuldiging’. Met T-1 kun je een willekeurige vermenigvuldiging uit de tafels oplossen: ‘hoeveel is 8 maal 7?’. Met T-2 snap je uit jezelf dat een vermenigvuldiging helpt om erachter te komen hoeveel dropjes er in totaal in x zakjes zitten als ieder zakje y dropjes bevat: x maal y. En met ‘Inzicht’ kun je op het idee komen dat vermenigvuldigen een logische tegenhanger heeft: delen.

 

Met RTTI kun je gerichter feedback geven op wat een leerling heeft geleerd. “Je kunt, als je de vragen goed hebt gecodeerd, precies zien wat de leerling nog niet helemaal goed deed”, vertelt mevrouw Frusch. Gecodeerd..? “Als je een bepaalde som of situatie niet letterlijk in de les hebt geoefend, heb je een T-2 vraag. De leerling kan in het antwoord laten zien of hij de kennis kan toepassen in een nieuwe situatie. Als je als docent die vraag wél letterlijk in de les behandelde, is het een T1- of R-vraag: de leerling heeft deze toepassing al een keer geoefend of uit zijn hoofd kunnen leren.” “Wat je wilt voorkomen is dat elke toets een geheugenoefening wordt – op den duur ontwikkel je je dan te beperkt”, vult mevrouw Schoonen aan.

 

Wat heeft een leerling hieraan? “Hij ziet precies op welke punten zijn voorbereiding of kennis van de stof schort”, zegt mevrouw Schoonen. “En soms zie je een patroon”, vult mevrouw Frusch aan. “Dat een leerling, cru gezegd, heel veel inzicht heeft maar te lui is om te leren. Of de juiste strategie nog niet gevonden heeft.” RTTI is absoluut geen afrekenmodel, voegt ze er streng aan toe.

 

En zo draagt RTTI op het Beatrix College bij aan ‘Onderwijs op Maat’? Unisono: “Precies!”

 

Sandra Frusch en Marion Schoonen, teamleiders op het Beatrix College

Sandra Frusch en Marion Schoonen.

 


Terug